Binnen de ANLb wordt er ingezet op leefgebieden, voor de weidevogels is het leefgebied open grasland in leven geroepen. Op deze pagina wordt kort uitgelegd hoe invulling gegeven wordt aan het leefgebied open grasland t.b.v. de weidevogel.

Leefgebied open grasland, kritische soorten
Uit divers onderzoek blijkt dat weidevogelbeheer het meest effectief is als beschikbare middelen geconcentreerd worden ingezet in de betere gebieden. Om deze reden heeft het Collectief de betere weidevogelgebieden binnen haar werkgebied geselecteerd en aangeduid als ‘kerngebieden’. Bij het afsluiten van beheerovereenkomsten geeft het Collectief voorrang aan deze kerngebieden, die op onderstaande kaart zijn weergegeven. Buiten de kerngebieden zijn de mogelijkheden beperkt.

 

Binnen ieder kerngebied wordt toegewerkt naar:
– Minimaal 1 hectare plasdras;
– Minimaal 20 hectare kuikenland per 100 hectare en 1,4 hectare kuikenland per gruttopaar;
– Een verhouding tussen uitgestelde maaidatum en beweiding van 4:1;
– Maatwerk door het toepassen van lastminutebeheer in de vorm van kuikenvelden, waarbij het maaien in principe steeds twee weken wordt uitgesteld (bij een soort als kwartel(koning) of velduil tot 6 weken);
– Uitrijden van vaste mest op zoveel mogelijk percelen;
– Een zoveel mogelijk op elkaar aansluitende mozaïek (in samenhang met eventueel aanwezig reservaatbeheer);
– Zoveel mogelijk percelen met legselbeheer, waarbij een vergoeding wordt gegeven voor bij het maaien gespaarde nesten. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van het afgesloten beheer:
– Hoge vergoeding (€125,00 per nest*) bij afsluiten > 0,5 hectare kruidenrijk grasland of plasdras;
– Lage vergoeding (€50,00 per nest) bij afsluiten > 1 hectare 1, 8 of 15 juni beheer

Van genoemde voorwaarden mag worden afgestapt indien binnen het kerngebied gemiddeld over de afgelopen 3 jaar een BTS van minimaal 55% is behaald.

Mogelijkheden buiten kerngebieden:
Buiten de kerngebieden sluit het Collectief alleen beheer af in de vorm van: Lastminute beheer, d.m.v. eenjarige contracten die de kuikenoverleving bevorderen. Een deelnemer kan hierbij ook legselbeheer afsluiten (eenjarig en lage vergoeding) op de percelen die grenzen aan het perceel met lastminutebeheer;

*Deze relatief hoge vergoeding wordt nodig geacht om deelnemers op de meest kansrijke locaties ertoe te bewegen een beheerovereenkomst af te sluiten.

Leefgebied open grasland, niet-kritische soorten
Binnen het leefgebied open grasland, voor niet kritische soorten richt het Collectief zich in het bijzonder op het verhogen van de kuikenoverleving van de kievit op bouwland (80% van de populatie broedt tegenwoordig op bouwland).

Mogelijkheden:
Eenjarige contracten die bijdragen aan het verhogen van de kuikenoverleving van de kievit. Uitgangspunt hierbij is dat de maatregel effectief wordt geacht voor minimaal 5 broedparen. Het te kiezen pakket is per situatie maatwerk, gedacht kan worden aan het inzetten van:
– Legselbeheer: Rustperiode op bouwland 15 april – 15 mei;
– Een specifiek kievitenpakket;
– Beweiding op een aan bouwland grenzend perceel;
– Greppelplasdras

Voor deelname binnen het open grasland geldt dat u zich vrijwillig kunt aanmelden. Daarna wordt de mogelijkheid tot deelname bekeken binnen uw wensen en welke mogelijkheden en wensen er zijn van uit onze zijde.