Een houtwal is een door de mens opgeworpen, langgerekte aarden wal met een aaneengesloten beplanting van verschillende houtsoorten. Veelal ligt aan beide zijden een greppel, waardoor het wallichaam steile kanten krijgt.

Ontstaan en functie:
Primair zijn houtwallen aangelegd om vee en wild te keren, dus om akkers te beschermen tegen ongewenste eters. Een tweede belangrijke functie van houtwallen is die van eigendomsgrens. We vinden de houtwallen rondom akkercomplexen (waar ze ook wel wildwallen of eswallen worden genoemd) en rondom individuele bouwlandkampen. In de derde plaats waren de houtwallen belangrijk om verstuiving van bodemdeeltjes tegen te gaan. Akkers liggen een deel van het jaar open, zonder gewas om de bodem te beschermen. Bij harde wind kan het dan gebeuren dat de fijne organische bestanddelen van de bodem verstuiven. En in de vierde plaats leverden de houtwallen nuttige producten zoals vruchten en hout. Andere houtwallen komen we tegen aan weerskanten van de vele oude veedriften, de zandwegen die tussen de dorpen en de heidevelden of de graslanden in de lagere delen van het gebied liepen. Maar ook in de maten, de graslanden in de lage delen en de beekdalen van het zandlandschap, liggen tal van houtwallen. Hier hadden ze niet alleen de functie van veekering, maar ook die van slibvang. In het oosten van ons land werd het water vroeger zeer zorgvuldig en uitgekiend beheerd. De beek werd hiervoor vanuit het midden van het dal naar de hogere zijden geleid langs de aan de buitenzijden lopende houtwallen (houtwalbeken). Haaks op de stroomrichting van de beek liggende wallen zorgden voor een compartimentering van het beekdal dat zodoende steeds gedeeltelijk kon worden bevloeid. De houtwallen zorgden ervoor dat het water tot stilstand kwam en de vruchtbare slib kon bezinken. In sommige delen van Oost-Nederland was er zelfs sprake van een dubbel systeem van watergangen, waarbij het zure veenwater gescheiden werd gehouden van het meer voedselrijke water dat voor de bevloeiing van de graslanden werd gebruikt. In de maten droegen de houtwallen, door de verdamping van vocht door de bomen, bovendien bij aan de drooglegging van deze natte terreinen.

Een houtsingel is een met bomen beplante strook grond langs een sloot, welke vooral een functie heeft als veekering en eigendomsgrens.

Ontstaan en functie:
Houtsingels lijken veel op houtwallen, alleen is bij houtsingels geen sprake van een opgeworpen wal en zijn singels vaak smaller dan houtwallen. In het midden van de singel bepalen vooral bomen het visuele aspect. In de breedte bestaat een singel uit één of meer rijen bomen. Dit is afhankelijk van de streek waarin de houtsingel ligt. De bomen worden meestal in een wild of driehoeksverband geplant, op onderlinge afstanden van minimaal anderhalve bij anderhalve meter. Een deel van de bomen krijgt de ruimte om tot volwassen bomen uit te groeien. In de randzone domineren struiken. In de begroeiing kunnen plaatselijk – via spontane ontwikkeling – andere soorten verschijnen. Dit zijn vaak verschillende bosrandsoorten. Afhankelijk van de situatie zijn dit bijvoorbeeld kamperfoelie, hop, haagwinde, bramen en bosrandkruiden. Elzensingels zijn in eerste instantie, voor de komst van het prikkeldraad, aangelegd als veekering. Bijkomend voordeel was dat de bomen ook beschutting boden tegen verstuiving van bodemdeeltjes. Bij harde wind konden met name de lichte organische deeltjes uit de bodem wegwaaien; en dat waren nu juist de bestanddelen van de bodem die de vruchtbaarheid van de akkers bepaalden. De singels leverden bovendien brand- en geriefhout, waaraan in het gemengde bedrijf grote behoefte was. Omdat de boer verschillende diktes hout nodig had, werd een uitgekiend beheer gevoerd. Hij zorgde er voor dat er altijd op zijn bedrijf bomen en struiken van verschillende ouderdom aanwezig waren. Dit noemen we hakhoutbeheer, waarbij verdeeld over het gebied of over de eigendommen van de boer, jaarlijks een deel van de singels tot aan de basis van de stammen wordt teruggezet. In het gebied zijn hierdoor elzensingels van alle leeftijdsklassen aanwezig, van recent gekapt tot aan de oogstbare leeftijd van 20 tot 25 jaar.

https://www.leestekensvanhetlandschap.nl 27-01-2017