Hakhoutbosjes worden vaak in één adem genoemd met geriefhoutbosjes. Ze hebben dezelfde functies, namelijk het leveren van hout voor afrasteringpalen, gereedschappen en voor brandstof. Hakhoutbosjes komen op de hogere delen van Nederland voor, geriefhoutbosjes treffen we aan in het Hollandse veenweidegebied.
Geriefhoutbosjes of boerengeriefhoutbosjes betekent letterlijk: boeren plantten vroeger bosjes aan waaruit ze hout haalden dat ze voor allerlei doeleinden (brandhout, staken voor de groentetuin of hout voor gereedschapsstelen) konden gebruiken. Gerief betekent gebruik. Vaak werden de bosjes omgeven door een sloot om het vee tegen te houden.
Het onderhoud of de aanleg van hakhoutbosjes past ook erg goed in wat tegenwoordig agrarisch natuurbeheer wordt genoemd. Particulieren kunnen dus ook meewerken aan het in stand houden van een oud cultuurlandschap.
Behalve dat de bosjes voor het landschap een aanwinst zijn, profiteren ook de flora en de fauna ervan. Hakhoutbosjes geven dieren gelegenheid voor rust en dekking(reewild bijvoorbeeld) ze bieden nestgelegenheid voor vogels als winterkoning, fluiter, zwartkop, enz. Ze geven voedsel aan verschillende diersoorten en kunnen ook onderdeel zijn van ecologische verbindingszones. Hakhoutbosjes horen in een oud cultuurlandschap thuis en er moet naar gestreefd worden om ze te behouden of weer aan te leggen op plekken waar ze zijn verdwenen.

http://hetreestdal.nl 06-02-2017