Binnen de ANLb wordt er ingezet op leefgebieden, voor de landschapselementen is het leefgebied droge dooradering in leven geroepen. Op deze pagina wordt kort uitgelegd hoe invulling gegeven wordt aan dit leefgebied.

Leefgebied droge dooradering
Binnen de droge dooradering geeft het Collectief NWO de hoogste prioriteit aan het afsluiten van beheerovereenkomsten die bijdragen aan het versterken van het leefgebied van de Knoflookpad, Kamsalamander en Steenuil. Daarnaast wordt inzet op het versterken van de kwaliteit van landschapselementen in enkele gebieden waarvan wordt verwacht dat daar veel overige doelsoorten van zullen profiteren. De beheerpakketten die het Collectief NWO openstelt zijn afgestemd op de doelsoorten, dit verschilt dus per gebied.

Mogelijkheden kerngebieden Knoflookpad en Kamsalamander

De Knoflookpad en Kamsalamander hebben een zeer beperkte actieradius. Als landhabitat wordt door de Knoflookpad een straal van 200 meter rond een voortplantingswater gebruikt; de Kamsalamander blijft doorgaans binnen 100 meter van het voortplantingswater. Nieuw voortplantingswater moet doorgaans binnen 500 meter van een bestaand voortplantingswater liggen om binnen afzienbare tijd te worden gekoloniseerd. De kaarten hieronder geven de geselecteerde leefgebieden van de Knoflookpad en de Kamsalamander in het werkgebied van het Collectief NWO weer.

Doelsoort Steenuil
Voor de Steenuil worden maatregelen met name zinvol geacht binnen de bolwerken van de soort in de droge dooradering. Maatregelen komen in aanmerking als deze liggen binnen het leefgebied voor de steenuil op de kaart hiernaast. Of wanneer het nut van beheer op een specifieke locatie daarbuiten voldoende kan worden onderbouwd.

Doel: Verbetering kwaliteit landschapselementen voor diverse doelsoorten (met name vogels).
Op de kaart hier naast zijn de gebieden weergegeven waarbinnen het Collectief NWO insteekt op het versterken van de kwaliteit van landschapselementen.

Het onder beheer brengen van vooral de volgende elementen wordt hier nagestreefd:
- Houtwallen, singels, struweelhagen- en randen, heggen en lanen, in het bijzonder elementen die belangrijke schakels vormen in het verbinden van gebieden;
- Knip-of scheerheggen, hakhoutbosjes, griendjes en bosjes;
- Botanisch waardevolle kruidenrijke akkerranden, bij voorkeur grenzend aan lijnvormige landschapselementen of in combinatie met poelen. In het geval van randenbeheer wordt (waar mogelijk) gekozen voor op het zuiden georiënteerde randen.

Vlakdekkend beheer met een oppervlak van meer dan 0,5 hectare wordt alleen afgesloten als het budget voor randenbeheer nog niet is uitgeput en een perceel daarnaast voldoet aan één van de volgende voorwaarden;
- Het perceel heeft in het door Ecogroen in 2014 uitgevoerde onderzoek de kwalificatie ‘goed’ gekregen;
- Er wordt een concrete kwaliteitsverbetering afgesproken met de eigenaar. Deze kwaliteitsverbetering wordt vastgelegd in een aanvulling op het beheercontract. Als kwaliteitsverbetering kan worden gedacht aan beheermaatregelen (b.v. vroeger en vaker maaien) of inrichtingsmaatregelen (aanleg houtwal, poel of natuurvriendelijke oever).

Voor deelname binnen de droge dooradering geldt dat u zich vrijwillig kunt aanmelden. Daarna wordt de mogelijkheid tot deelname bekeken passend bij uw wensen en de wensen en mogelijkheden van het Collectief NWO.