Beschrijving
Heggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Waar in natte delen van Nederland sloten als eigendoms- of perceelscheiding dienden, werden in drogere delen veelal heggen gebruikt. De doornige meidoorn kon daarnaast ook nog een veekerende functie hebben. Ook op landgoederen en forten is het gebruik van meidoornhagen bekend. De introductie van het prikkeldraad rond 1900 heeft gezorgd voor het verdwijnen van veel heggen. Heggen komen in heel Nederland voor, maar zijn vooral te vinden rondom dorpen en boerderijen. Door het regelmatig knippen heeft de heg een strak en recht uiterlijk. Heggen zijn van belang als leefgebied en migratieroute. Daarnaast bieden heggen schuilmogelijkheden voor fauna in het cultuurlandschap.

Beheereisen
1. Minimaal 20% tot maximaal 100% van de beheereenheid is gesnoeid in de periode 15 juni van het vorige kalenderjaar tot 15 maart van dit kalenderjaar. Het overige deel wordt in stand gehouden [22];
2. Snoei- en of maaiafval is verwijderd [24];
3. Uitsluitend gebruik van chemische onkruidbestrijding op max. 10% van de beheereenheid [7];
4. De beheereenheid wordt niet beweid [11];

Aanvullende beheervoorschriften
5. De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 3 jaar en maximaal eenmaal per jaar gesnoeid (geknipt/geschoren), geknot of afgezet in de periode van 15 juni tot en met 15 maart;
6. Nadat het groot onderhoud (scheren of knippen) aan de heg is verricht, wordt hiervan binnen 7 dagen melding gedaan aan het Collectief NWO;
7. Na het knippen of scheren heeft de heg een minimale hoogte van 0,8 meter;
8. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element;
9. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring en jacobskruiskruid;
10. Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier mogen via uitgraven, mechanische- of stobbenbehandeling worden bestreden;
11. Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;
12. Het raster mag niet aan het element bevestigd worden;
13. Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid;
14. Bemesting is niet toegestaan;
15. Niet branden in, of in de directe omgeving van het element.